“Sindsdien reed ik elke week met een speciaal doosje in mijn fietstas naar Hof van Rhee,” vertelt ze enthousiast. Thuis droogt ze de bloemetjes en legt ze in olie om te trekken. “Die geurige olie gebruik ik bij het zeep maken. Omdat gedroogde bloemetjes wat geur verliezen, voeg ik nog een beetje etherische olie toe. Maar het draait niet alleen om bloemen, ook kruidenblaadjes maken heerlijke olie.”
De kleur van de bloemen zie je nauwelijks terug in de zeep. “Het is vooral de geur die telt. Ik pluk de bloemen het liefst net nadat ze vers opengegaan zijn. Een flinke pot vol olie laat ik dan een paar maanden in het donker trekken. Na drie maanden zeef ik de bloemetjes eruit, zonder voelt prettiger in zeep.”
Dan volgt het verzepen: geurige olie, kokosolie en cacaoboter worden met loog gemengd tot een dikke vla, die in een cakevorm wordt gegoten. Na 24 uur kan de zeep worden gestort en in stukken gesneden. “Met verzepen ben ik zo’n twee uur bezig. Daarna moet het nog zes weken uitharden. En dan heb je heerlijke, eerlijke, natuurlijke zeep.”
Leermeester?
“Ik heb zeep leren maken van Evelien van Werfzeep. Zij heeft een prachtig boek geschreven over het maken van zeep met uitgebreide uitleg over de werking van diverse oliën en kruiden, duidelijke foto’s en uitgeschreven zeeprecepten. En met mooie verhalen en filmpjes over het maken van zeep, mij heeft het gegrepen”, sluit Marije af.




